
Ik was 32 toen ik moeder werd. Mijn eigen moeder had op die leeftijd al vier kleine koters rond haar benen: eerst een koningswens, dan nog twee jongens. Het waren andere tijden maar toch. ‘Geen idee hoe ze dat klaar speelde’, denk ik na één magneetkind dat continu aan mijn lijf plakt. Uren heb ik gewiegd en geschommeld, gevoed en geweend. Dagen die voelden als weken, weken die vlogen als dagen. Met één kind. Één.
Intussen ben ik 41 en heb ik drie kinderen: twee zonen en een dochter. Net als kind één, plakten ook twee en drie hun lijfje graag en veel tegen mij. Heerlijk! En tegelijk voelt het, na al die jaren dragen, alsof mijn magneet wat kracht verloor. ‘Je moet gewoon meer loslaten’, echoot mijn man in mijn achterhoofd. Die ‘gewoon’ is moeilijk voor mij. Alles wat in mijn magnetisch krachtveld ligt, trek ik bijna automatisch naar mij toe. Ik reageer op hun gedrag en gedachten, hun pijntjes en hongertjes, hun ruzies en plezier. Tot mijn magneet zo vol plakt dat er, ongecontroleerd, dingen naar beneden beginnen te vallen – een mooie manier om te zeggen dat ik uit mijn overprikkelde vel schiet. Ik oefen in bewuster aantrekken en loslaten. Al blijf ik een magneet, en dat hoop ik ergens ook.
Ik hoop dat mijn kinderen altijd graag naar huis komen, ongeacht wanneer. Dat mijn moedermagneet hen aantrekt. Voelbaar, niet overheersend. Zodat ik hen mag blijven koesteren, voeden en ontdekken. Liefdevol. Samen. Zijn. Aan een goed gevulde tafel. Met de warme walm van kookpotten, chaos en gezelligheid.
De kracht van thuis. De kracht van moeders. Ook van mijn eigen moeder: zij droeg, baarde en bemoederde mij en mijn broers met elke vermoeide vezel in haar lijf. Dat besefte ik niet als kind. Dat besef ik wél nu ik zelf kinderen heb. De liefdevolle opofferingen, de onuitputtelijke liefde, de overspoelde wallen – en ook het overprikkelde vel. De band met je kinderen is zo krachtig dat je die continu voelt trekken. Soms relaxed, vaak woelig, altijd alert.
Eens moeder, altijd moeder. Die allereerste Moederdag ooit, negen jaar geleden, voelde dus extra speciaal. Want ik wist voor het eerst wat het écht inhoudt om moeder te zijn – en om een kind uit je baarmoeder te persen. Ik geef la mama sindsdien elke Moederdag een betekenisvolle zoen. Eén waarbij de dankbaarheid van mijn lippen loopt en blijft plakken als snottebellen onder een kinderneus. Merci moetie! Ook nu nog.
Het is meer dan terecht dat elke moeder een eigen dag krijgt. Hoewel, eentje begot? Maak er maar een Moederweek van.
_
Column: geschreven voor en verschenen in het magazine ‘De Bond’ van Gezinsbond
