column/persoonlijk

Als een kreeft in een kooi

De kreeften in ‘het aquarium’ van de supermarkt doen het. Zij zorgen ervoor dat Mon, nu, ter plekke besluit om geen dieren meer te eten. 

‘Zo zielig dat die hier zitten’, zegt hij – zoals elke keer als we in ‘de kreeftenwinkel’ zijn, want zo noemen ze deze supermarkt. ‘Die arme kreeften hebben zelfs geen steen om zich onder te verstoppen. En dan nog die rekkers rond hun scharen.’ 

Als je erbij stilstaat, is het inderdaad afschuwelijk. En dan moet de vraag nog volgen waarom ze daar zitten? En hoe ze dan precies worden klaargemaakt? Ik antwoord eerlijk.

‘Dat is toch supererg moeke, ik zou dat nooit eten’, klinkt het verontwaardigd. Ik ook niet. En tegelijk voelt het wat hypocriet. Want de dieren die al dood en verwerkt in de rekken liggen, smikkelen we wel naar binnen – dat zeg ik ook tegen Mon: voor salami worden ook varkens gedood. Als je het niet ziet, lijkt het minder erg. Het voelt minder confronterend. Al kennen de meeste ‘voedseldieren’ ook geen fijn leven of einde.

‘Kunnen we ze niet kopen en vrijlaten in zee?’ Ik herken zijn gedachtegang van toen ik een kind was. Het raakte mij ook wanneer ik die kreeften zag zitten. In kunstlicht, non-stop omringd door bewegingen en geluid. Tot de dag dat iemand er één uit dat koude water tilt, om hem even later kolkend te laten zakken in een kokende pot.

Er kwam intussen eelt op mijn kinderzieltje. Het werd ‘normaal’ om die winkelkreeften te zien. Ik passeer hen zonder erbij stil te staan – letterlijk en figuurlijk. Mijn kinderen lopen er steevast naartoe als eerste stop. Hun volgende halte is de broodsnijmachine, waar ze de korstjes en kruimels eten waar ze thuis hun neus voor optrekken. 

‘Ik ga geen dieren meer eten’, besluit Mon met glazige ogen op de vloer van de Carrefour. En hoewel hij weinig groenten lust, houdt hij het al maanden vol. Wat een pure ziel. En een inspirerend voorbeeld. 

Zijn temperament jaagt ons geregeld de muren op – hij doet veel dingen graag op zíjn manier. En tegelijk zorgt het ervoor dat hij stevige waarden heeft en daarvoor gaat staan, ook al kiezen anderen anders. 

‘Hoe lang ga je dat volhouden?’, vragen mensen vaak met een cynisch lachje. Alsof ze zitten te wachten tot het mislukt – misschien om hun eigen keuzes minder te voelen knagen, of omdat er ook eelt groeide op hun kinderziel. 

Het maakt niet uit hoe lang hij ‘volhoudt’. Vraag liever wat maakt dat hij ervoor kiest? Waarom hij het belangrijk vindt? En hoe het voor hem voelt? Luister met liefde. 

Met interesse om te leren van elkaar. Te informeren naar elkaar. Te delen met elkaar. Vanuit puurheid. Geen gekibbel, geen juist of fout, geen schuld of schaamte. 

Voluit. Zonder rekkers te spannen rond je eigen scharen, of die van een ander. Dat kan je, nu, ter plekke besluiten. 

_

Column: geschreven voor en verschenen in het magazine ‘De Bond’ van Gezinsbond

Plaats een reactie