
Wat is zijn leukste herinnering aan mij? Aan ons samen?
Dat vraag ik mij soms af. Ik zou het natuurlijk aan hem kunnen vragen. Maar dat kan ik niet. Het is te zeggen, ik kan het wel maar ik doe het niet. Ik hou mijn vragen verborgen, als tranen achter glazen ogen.
Als ik terugdenk aan ons, aan hem, koester ik hoe zijn sterke vingers en pezige handen over mijn rug wreven. Hoe hij de sfeer verzachte als hij achter zijn piano ging zitten. Hoe ik Carmina Burana en Pink Floyd proefde door zijn oren. Hoe ik aan zijn lippen hing als hij een verhaal vertelde. Hoe ik hem miste als hij weg was voor zijn werk. Hoe we genoten van een geheime Happy Meal bij McDonald’s met ons twee.
We waren gelukkig samen. Hij betekende de wereld voor mij. Pure liefde, waar zelfs mijn moeder met een jaloerse blik naar keek omdat ze die aandacht miste.
Maar de liefde volgt haar eigen pad.
Intussen is er een andere man in mijn leven. Een andere vrouw in zijn leven.
En toch wil ik het nog steeds weten. Wat is zijn leukste herinnering aan mij? Aan ons?
Vader en dochter. Dat voelde als kind al speciaal, zeker met drie broers aan mijn zij. Alleen kreeg onze stamboom er met de jaren wat zijtakken bij. Ik kreeg zelf kinderen, drie stuks. Een eigen gezin om te voeden, te koesteren, te verzorgen. Drie takken die aan je eigen lijf lijken te groeien. Waardoor er weinig ruimte overblijft voor het bos dat je omringt.
Gelukkig gaan wortels diep. Bloed schept een band voor het leven. Ik blijf nieuwsgierig naar wat er leeft onder zijn ruwer wordende schors. Lijnen van jaren. Tijdlijnen van verhalen. Ik roetsj voorbij de vragen die ongesteld in mijn kruin blijven hangen. Binnenkort stel ik ze. Ooit. Binnenkort. Of toch zeker ooit.
Wie ben je? Wat wens je jezelf nog toe? Heb je ergens spijt van? Wat blijft je voor altijd bij? Hoe kijk je terug op je leven? En wat zijn jouw herinneringen aan mij?
Ja, ik wil het graag weten. Voor het leven ons scheidt. En het gesprek in hemelmist opgaat. Ik wil de drempel over. Woorden ophalen die liggen te wachten in stille waters.
Dat voel ik bewegen, diep vanbinnen. Als kind. Maar ook als zus, als moeder, als vriendin. Als vragensteller, luisteraar en schrijver. Als liefdevol mens, op zoek naar verbinding. Om te helpen, verzachten, troosten, helen en delen. Om niet te eindigen met ‘had ik maar’.
_
Column: geschreven voor en verschenen in het magazine ‘De Bond’ van Gezinsbond
