column/moederschap

Flirten met grenzen

Ik kan er kwaad van worden. Hoe mijn kinderen flirten met grenzen. Machteloos. ‘Tot daar en niet verder’, roep ik dan iets te luid, om mijn onmacht te overstemmen. Dan zetten ze er toch nog één denkbeeldige voet over. Of een teen, of een heel lichaam. Alsof ze willen testen wat ik dan ga doen. 

Die kinderantennes voelen haarfijn aan wanneer ik niet krachtig sta. Zet ik een muur zonder stevige basis? Dan spotten ze waar die instabiel voelt. Er wordt gepeuterd in de kleinste kiertjes. Ze schoppen tegen gammele poortjes. Ze gooien er balletjes over om te zien of er iets terugkomt. 

Ik zal je iets zeggen: ik ben geen goede metser. Mijn muren zijn vaak gebouwd met los zand. Vanuit een automatische reflex om een kwetsbaar stukje van mezelf te beschermen. Dat het allemaal even te veel voelt bijvoorbeeld – het luide spelen, de banale ruzies, de rommel overal. Dat ik het niet goed genoeg doe als moeder. Of niet goed genoeg ben als mens. Die overtuiging zit gebetonneerd in mijn fundament. 

Ik zal je nog iets zeggen: ik kan er ook zacht van worden. Hoe mijn kinderen flirten met grenzen. Liefdevol. Niet in het heetst van de strijd. Wel als de rust is teruggekeerd. De stilte in huis, en vooral in mezelf. Wat een zalige karaktertjes, denk ik dan. Hoe heerlijk dat ze testen hoe stevig iemand staat. Dat ze nadenken voor zichzelf. Dat ze zich niet zomaar laten inbetonneren door gammele metsers. 

Ja, ik zou het soms anders willen. Op korte termijn. En tegelijk ben ik trots. Op lange termijn. Want dat is wat veel mensen als volwassene opnieuw moeten leren – count me in. Waar ligt mijn grens? Hoe kan ik die leren voelen? En durven uitspreken? 

Uiteraard vind ik dat er grenzen moeten zijn. Een duidelijk kader schept veiligheid en vertrouwen. Het geeft je de kans om vrij te bewegen binnen de muren. Om te testen wat er gebeurt als je op muurtjes tekent of erover klimt. En om de pijn te voelen als je er tegenaan botst. 

Al zie ik ook mijn eigen verantwoordelijkheid als metser. Als ouder. Om mee te kijken en aanwezig te blijven. Om te voelen waar het stuk van mijn kind eindigt en dat van mij begint. Want er gebeurt ook iets in mezelf, als mijn kinderen bepaalde muurtjes raken. Alsof ze er spiegeltjes aanhangen waarin ik mezelf tegenkom. 

Ik kan er kwaad van worden. Hoe ik dan flirt met mijn eigen grenzen. En ook zacht. Als het mij lukt om de rust opnieuw te vinden in mezelf. Om stevig te staan in mezelf. Zodat zij vrij kunnen bewegen, en liefdevol kunnen botsen.

__

Column verschenen in het Gezinsbond-magazine De Bond

Plaats een reactie