
Er moeten mensen zijn
die vreugde bewaren
in de kuiltjes van hun wangen.
Mensen die zingen op de fiets
ook als het regent,
en die boeketten plukken
tussen het natte gras.
Die mensen moeten er zijn.
Er moeten mensen zijn
die het discolicht aansteken
op klaarlichte dag,
en door het leven dansen
ook als niemand kijkt.
Er moeten mensen zijn,
die zand verzamelen in hun zakken,
om speelsheid te strooien
waar ze maar komen.
Die kastelen bouwen
van natte aarde,
en van natte tranen,
dromen.
Er moeten mensen zijn,
die ons verwarmen
en die in een donkere nacht
toch licht schijnen
zo puur
ze laten je zachtjes smelten
als chocolade op je tong
Bij dat soort mensen wil ik horen
Die op de trampoline in de regen blijven springen
ook al zijn alle anderen terug naar binnen
Er moeten mensen zijn
die in de spiegel kijken
en alleen maar
liefde zien
met een chocosnor
of moddersproeten
Mensen die insecten redden
uit een plas
vol helder water
omdat er zoveel anderen zijn
die voor de bodem vluchten
en wegkijken
van hun spiegelbeeld
omdat ze bang zijn
voor het leven
en bang zijn
voor de liefde zelf
Ja,
er moeten mensen zijn
met ogen
als schitterende regenbogen
die kleur geven en hoop
en de wereld warm omringen
ook als de vogels
zijn gestopt met zingen
Weet je,
er moeten mensen zijn
die in de douche zwemmen
en schuimbaden in de tijd
die kinderlijk verdrinken
in iets wat barst
van mooiigheid
Ze ademen liefde
en wonder
Hart eerst
Hoofd later
Ze horen muziek
tussen bliksem en donder
omdat ze zo heerlijk
in het leven opgaan
en met modder in hun gezicht
blijven verder gaan
Bij dat soort mensen wil ik horen
en vijf jaar geleden werd er zo een uit mij geboren
Gelukkige verjaardag lieve Sus
Vijf en al zo (eigen)wijs ;)
Blijf je fantastische zelf ❤️
Gedicht gebaseerd op de inspirerende tekst ‘Er moeten mensen zijn…’ van Toon Hermans
__
Benieuwd naar meer verjaardagsodes en -beelden? Hierzo: één, twee, drie, vier, zes en zeven!
Pingback: Sus is zeven – Rien Mertens
Pingback: Driewerf hoera voor Sus – Rien Mertens
Pingback: We VIERen de ‘verjarige’ – Rien Mertens
Pingback: Sus wordt zes – Rien Mertens