
Ze maken zo vaak ruzie de laatste tijd. Klagen. Zagen. Plagen. Uitdagen. Mijn haren en stem vliegen dan vaak instant de hoogte in. Dan begin ik ook te klagen en te zagen. Zo vermoeiend, om als hamstertjes rond te draaien in die vicieuze cirkel.
Dus neem ik even de tijd om stil te staan. Om nieuwsgierig te kijken naar mijn automatische spoor, tijdens een rustig treinmoment, zonder kindergetier in mijn oor. Ik laat de vraag draaien in mijn hoofd: wat ontketent mijn innerlijke klaagdier? Wat triggert mij zo?
Ik zet mijn pen op papier en laat mijn gedachten vloeien. Is het de onrust? Het lawaai? Of mijn onbewuste neiging om de ruzies voor hen op te lossen? Terwijl ik dat niet wil: ik wil niet lijmen voor een ander, en mezelf vastplakken aan hun behoeftes.
Ik laat het los. Eerst in mijn journal. En dan in mijn hoofd: ze mogen ruzie maken. Zo leren ze hun behoeftes kennen, hun grenzen afbakenen en opkomen voor zichzelf – misschien moet ik de volgende keer mee ruziën, want daar liggen ook voor mij nog lessen te rapen.
Ik hoef niet op te lossen. Niet af te leiden. Niet te lijmen. Niet te vermijden. Ik mag gewoon de veilige haven zijn.
Het lijkt op pesten als er een zijn tong uitsteekt. Het lijkt op plagen als er een ‘nanananana’ zingt. Het lijkt op klagen als er een komt overdragen. En dat is het ook.
Maar het is tegelijk een sociale leerschool. Om al die situaties thuis te oefenen, op een veilige plaats. Voor elke keer dat ze ergens anders niet durfden op te komen voor zichzelf, als het te spannend voelde. Thuis komen hun schaduwkantjes naar boven, met de zekerheid dat ze nog altijd graag worden gezien: door hun soms flippende, maar liefhebbende moeder.
Maakt dat die ruzies minder irritant? Helaas niet. Maar wel meer aanvaardbaar, op de een of andere manier. En dat helpt hier.
Ik hoef niet op te lossen. Niet af te leiden. Niet te lijmen. Niet te vermijden. Niet te slijmen. Zij ook niet trouwens. Ik mag gewoon de veilige haven zijn. De vuurtoren die richting geeft als het wat te donker wordt – al dan niet met doordraaiende lampjes.
En ik houd mij vast aan deze zekerheid: ondanks alle ruzies, blijven ze altijd mijn schatjes – toch zeker als ze slapen.