moederschap/persoonlijk

Puur. Goud.

‘Ik wil dood’, roept hij ‘s avonds in bed. ‘Geef mij nú dat haaiendeken of maak mij gewoon dood.’ De oudste wil het deken van zijn jongere broer, maar die laatste kiest ervoor om het zelf te houden.

Daar lig ik dan, tussen mijn zonen. Links verbergt de jongste zich stil onder de haaien. Rechts vuurt de oudste roodgloeiend woorden op mij af. Ze raken mij. Al is hij degene die gewond is, of zich toch zo voelt. ‘Ik word altijd uitgesloten’, rollen de tranen over zijn lippen.

Het gaat hier helemaal niet om dit haaiendeken. Hij wil gezien worden. Veilig kunnen loslaten. En nog altijd graag gezien worden. Het gaat hier om een warm deken van liefde voelen.

Gelukkig heb ik net een tweedaagse verbindende communicatie achter de rug. En vind ik een plek in mezelf om zijn strijd stil te laten vallen.

Het zijn ‘maar’ woorden, uit onmacht. Ik kan kiezen om oorlog te ontketenen vanuit diezelfde onmacht. Of ik kies ervoor om zijn pijn te laten zijn. Om bij hem te zijn. Hem te zien. Graag te blijven zien.

‘Lastig hè, dat je het haaiendeken niet krijgt. Dat vind je echt oneerlijk. Dat snap ik. Je mag boos en verdrietig zijn. Ik ben hier voor je. En ik zie je graag.’

De woorden vloeien uit mijn mond, zonder er heel hard over na te denken. Ze klinken steeds meer van mezelf, al voelden ze lang als een gespeeld kunstje uit een opvoedboek. Tussen theorie en praktijk gaapt een gat van twijfels en onzekerheid. Maar als je daar durft in te springen, ligt er goud te rapen. Het vult je hart – en vaak ook dat van een ander.

Foto: random haai en liefde uit onze campertripherinneringen.

One thought on “Puur. Goud.

Plaats een reactie