persoonlijk/plaatjes en praatjes

Plaatjes en praatjes: mei & juni 2021

> We zitten op dezelfde golflengte. Mijn moeder en ik toch. Want we denken allebei hetzelfde, in mijn hoofd: wat een heerlijk kind. Drie generaties na en naast elkaar op een bankje. Dat beeld beweegt iets in mezelf. Zeker na twee intense lesdagen over systemisch werk, tijdens het jaartraject ‘Afgestemd Opvoeden’ met lesgever en systeembegeleider Jürgen Peeters. Onze groep ondervond aan den lijve – en dat mag je gerust letterlijk nemen – wat systemisch werk en familieopstellingen in beweging zetten bij jezelf en anderen. Ik had het nooit zo hard geloofd als ik het niet zelf had gevoeld, als representant in een ander zijn familie- en energieveld. Ik vertegenwoordigde een moeder in relatie met haar dochter en haar kleinkind. Er borrelden dingen op die zo helder waren, en toch niet van mezelf. Heel raar. Maar vooral heel waardevol. Tot voor kort dacht ik bij traumaverwerking aan praten met therapeuten. Nu opent zich een compleet nieuwe wereld: die van visualisatie en lichaamswerk. Voelen, zijn, observeren, niet oordelen, volgen, toelaten, loslaten en vertrouwen. Samen met iemand die je begeleidt in ‘het wetende veld’, waar energie van gezinnen en generaties samenkomt. Klinkt dit te zweverig? Snap ik. Het is ook pas door die energie te voelen in de les, dat ik Tina Vervaeke opbelde om een afspraak te maken voor mezelf – in deze podcast vertelt ze meer over familieopstellingen, mocht het iets triggeren bij jou.

> Gewoon. Zijn. We deden eens van weekendje weg zonder de kindjes: groene rust onder ruisende bomen, in een knusse roulotte op een half uur van ons deur. Gewoon niksen, hangen, chillen, relaxen, rusten en ongestoord staren. Je lijmt vier gebroken slaapjaren natuurlijk niet aan elkaar in twee nachten. Maar toch, het deed deugd. Eens naar toilet gaan zonder vragen te beantwoorden zoals ‘bestaan er echt mensen met zo’n dikke poep dat ze niet in een stoel passen’. Eens hete koffie drinken omdat de warmte niet verdwaalt tussen de taakjes en de brandjes van de ochtendrush. Eens van een bord eten zonder uitgespuwde ik-lust-dat-nietjes van je kinderbuur of schootplakker. Eens kleren dragen zonder vastgekroete snot- of mondhoekresten aan je schouders of heupen. Heerlijk – net als het verse, tot op het terras gebrachte ontbijt trouwens! En al mocht het gevoel gerust wat langer duren … terugkeren naar die chaos deed toch ook weer deugd (zeker voor mijn moeder, die onze zonen dan weer mocht teruggeven, haha).

> Slapen, het blijft hier een moeilijk verhaal. De jongste wordt ‘s nachts nog vaak wakker. Soms weent hij maar eventjes en valt hij daarna opnieuw zelf in slaap, in een zacht bolletje op een ander plekje in zijn bed. Soms krijst hij ontroostbaar, gooit hij zijn hoofd en zijn lijf in de strijd (en tegen de rand van zijn bed). Soms drinkt of knuffelt hij bij mij en leg ik hem makkelijk terug. Soms slaapt hij spontaan verder naast mij in bed, met zijn vingers verstrengeld in mijn haar (dat klinkt schattig maar is meestal niet zo handig). Drie of vier uur ononderbroken slaap is een zeldzame luxe op onze kamer. Op de kamer van Sven en de oudste gaat het beter. Mon snurkt soms. Babbelt soms in zijn slaap. Draait en keert duizend en een keer per nacht. Krijgt soms koud omdat hij zijn deken weg woelt, en komt zich dan warmen aan vake zijn blote lijf. Hij is vaak een ongeduldige vroege vogel, hoewel zijn jongere broer meestal nog wat eerder wakker is. Op de kamer van de oudste is snel inslapen een schaarse luxe, want we moeten altijd nog ‘een meloen miljard’ vragen beantwoorden. Of angsten doorspreken: Mon is de laatste tijd bang dat zijn vake gaat sterven omdat die bijna verjaart, al wat grijze haren krijgt en dus oud is – Mon zijn woorden é darling. Maar heel soms, zo heel soms valt Mon eens in slaap op een schouder in de zetel of al wiegend in onze ufo-binnenschommel. En dan laat hij hem onverstoord naar boven dragen. Want eens hij slaapt, slaapt hij gelukkig wel diep. Thank God, gezien zijn krijsende kleine broer.

> Happy birthday darling! Ik moest een halve dag werken. De jongste viel ‘s morgens op zijn oog en kreeg ‘s middags koorts. De oudste spuwde de hele ochtend lava en kreeg ‘s middags een serieuze uitbarsting. Er was chaos in ons huis en in ons hoofd. Ik kroop ‘s avonds om half tien naast de zieke jongste in bed, jij later op de avond naast de woelige oudste – wat intussen blijkbaar al een jaar aan de gang is. Maar de zon scheen. Je kreeg een handgemaakte kroon van je zoon. Er waren vlagjes, cadeautjes, bezoekjes, berichtjes. Een kaarsje op een overschotje ijs in een muffe toeter. Je moest geen enkel kindje in bed steken. En je mocht uitslapen – wat sowieso het mooiste cadeau is. Het leven zoals het is als je 42 wordt met een kind van 4 en bijna 2. Dat is soms lastig, maar ook soms oké. Happy one hubby! 💕

> Gouden vismomentjes. ‘Ik wil dat vake hier bij ons ligt.’ De wens rolde van Mon zijn pruillip toen ik naast hem in bed lag. Zijn verhaaltje was voorbij maar het laatste hoofdstuk van zijn dag voelde moeilijker om af te sluiten. Dus doken we nog even in onze fantasie met een denkbeeldige vislijn. Ik mocht eerst iets uit het venster van zijn kamer naar binnen halen. Zijn bed werd mijn podium. Ik pufte en trok, aangemoedigd door zijn nieuwsgierige kijkers, en haalde uiteindelijk mijn vangst binnen. ‘Wat heb je gevist moeke?’, vroeg hij met een blik en lijf vol spanning. ‘Het is vake’, zei ik. Zijn ogen lichtten op. Even toch, want hij zonk plots terug in de realiteit. ‘Dat is toch niet echt vake’, pruilde hij. ‘Nee, inderdaad. Maar leeuwen of monsters in jouw kamer zijn ook niet echt’, antwoordde ik zacht, ‘en toch kan de gedachte dat ze echt zijn je écht een bang gevoel geven. Dus waarom zou een leuke gedachte je geen blij gevoel kunnen geven?’ Ik verschoot van mijn eigen antwoord, een inzicht waarvan ik zelf nog iets kon leren – dat bedpodium bracht duidelijk inspiratie. En ik voelde dat hij de gedachtengang zinnig genoeg vond om erover na te denken. Toen zwaaide hij plots zijn eigen armhengel richting venster om met de nodige gezichtsgymnastiek zijn catch of the evening binnen te halen. ‘Wat heb je opgevist?, vroeg ik. ‘Het is Susje. Dan liggen we hier allemaal gezellig samen in bed.’ Mijn ogen lichtten op. Een gouden momentje, daar (allemaal) samen in bed. (PS: Geen paniek als je nu denkt ‘bij ons werkt dit niet’ of ‘waar haal je nog de energie of fantasie’?! Er zijn ook genoeg minder gouden momentjes, voor je denkt dat alles hier altijd vlot gaat #not.)

> It takes a village. We gingen samen op familieweekend, zoals elk jaar. Het is te zeggen: Sven besloot thuis te blijven met Sus, onze jongste. En ik trok alleen naar de Westhoek met Mon, onze oudste. Waarom we splitsten? Omdat het voelde als de beste beslissing op dat moment. Geen leuke, maar misschien wel een nodige. We ploeterden best al lang door vele, modderige watertjes: van gebroken nachten en broederharten tot broken cookies. Dat kost veel energie. En zelfzorg is soms ook kiezen om leuke dingen even te parkeren, zoals samen als gezin op familieweekend gaan. Zo hebben we elk maar één kind om voor te zorgen, krijgen die elk eens alleen-tijd met een van hun ouders, zullen ze elkaar misschien opnieuw wat liever zien bij terugkomst en hebben we elk een village om even op te leunen. Mon had de tijd van zijn leven, ook al huilde hij de eerste avond bijna een uur om zijn vake en broer én uit angst dat het weekendhuisje ging afbranden en instorten – we lagen op de zolderkamer met blote houtbalken, wat hij blijkbaar associeerde met bouwvallig. Ik bleef rustig, hij viel in slaap. Ik ging onrustig naar beneden, maar werd rustig ontvangen. Met een blik vol medelijden, of eerder medeleven: ‘we zien de modder, we snappen dat het zwaar is, we zijn hier, het is oké.’ Soit, het weekend was niet honderd procent wat we voor ogen hadden maar honderd procent is so overrated! We zijn best oké met oké, zeker na al dat geploeter.

Gewoon, nog even een kleurrijke afsluiter. Want naast modder, hebben onze kinderen uiteraard nog een rijk en verrijkend pallet aan andere intense, verrassende, frisse en warme tinten:

Dennenappels verven in blote bast versus niet zo blote bavet

Stoepkrijten op het terras, met krokodillenprotpoep- en muggenbeetkaken
Stoepkrijten op het terras, met krijtjes die buiten in de regen hebben gelegen (heel verleidelijk om met je handen open te smeren, en af te vegen aan je kleren)

4 thoughts on “Plaatjes en praatjes: mei & juni 2021

  1. Dag Rien,

    Zo mooi en authentiek geschreven…en inderdaad… leuke gedachten geven je een leuk gevoel. What happens in the mind happens in de body….

    Groetjes,

    Ladi

    Like

Plaats een reactie