persoonlijk/tekst & taal

Een verhaal met een staartje

ImageProxy.mvc Had jij in je ondergrondse speelhuisje ook een smalle geheime gang die uitkwam in de tuin van de boze, allesetende buurman? Wij ook!

Vake vertelde het toen we vroegen wat dat donkere holletje in de muur was. “Wie daar inkruipt, komt nooit meer terug.” Zelfs niet als je broodkruimels strooit? “Nee, nooit.” Wat is er aan de andere kant? “Boze buurman. Die alles opeet!” Echt? “Ik zag ooit een cavia door die pijp kruipen… nooit meer teruggekomen.” Wat gebeurde ermee? “Opgepeuzeld. Toastje cavia.” Neee! “Ja, buurman moet ook eten é.” Gaat hij ons opeten?

De tunnel was eng. Gelukkig te eng voor mensen… of we moesten al in stukken zijn gehakt. En dat kon niet. Want als de tunnel te smal was voor ons, was hij dat zeker voor boze buurman (leve ons gezond kinderverstand, ahum). Toch stopten we het gat vaak dicht met handdoeken. Je weet maar nooit! Bovendien voorkwam die handdoekdam dat onze knikkers in de tunnel verdwenen, of vooral dat iemand met zijn arm in het gat moest om ze eruit te halen. Hoedje!

Die bewuste dag was er geen handdoek. Wel een konijn. Mijn konijn. En ik. Het gebeurde toen we samen in het huisje speelden. Plots. Sneller dan de hazewind. Ik had hem verteld over buurman, maar ondanks zijn grote oren had konijn niet goed geluisterd. Hij stond te springen om te zien wat de andere kant te bieden had. De tunnel riep. De Tuin van (alles) Eten lonkte.

Zijn hoofd en oren waren al verdwenen… roepen hielp dus niet meer. Ik graaide snel het enige waar ik mij nog kon aan vastklampen. Net op tijd! Ik had hem stevig in mijn greep. Met hem bedoel ik zijn staart. Mijn kleine vingertjes zagen zo wit als mijn gezicht. Ik kneep en dacht met alle kracht “Niet loslaten. NIET los-laten.”

Mijn kleine vingertjes zagen zo wit als mijn gezicht.
Ik kneep en dacht met alle kracht “Niet loslaten. NIET los-laten.”

Het was niet mijn fout. Ik heb alles geprobeerd. Konijn liet hem los… Zijn vollédige staart. Die bleef achter in mijn hand. Een eenzame blanco pompon zonder baasje. Of het pijn deed? De tranen sprongen in mijn ogen. Konijn was verdwenen. Van kop tot (bijna) staart. Klaar om bij buurman in rook op te gaan. Bovendien kreeg mijn verhaal een extra pijnlijk staartje. Aan vake, moeke en alle natrappers met hun bij het haar getrokken conclusies – ja, het knaagt – zeg ik dus nog een keer: het was uit liefde! Om konijn te rédden. Ik ben geen – ik herhaal: géén – dierenbeul.

Als kers op de (s)taart kreeg ik nog een bijnaam dankzij dit verhaal. Bedankt vake. Uw konijnenwijf.

BewarenBewaren

One thought on “Een verhaal met een staartje

Geef een reactie op Hilde Reactie annuleren