
Zij en ik. We gaan al meer dan twintig jaar terug. En we gingen net vijf dagen samen naar Malaga.
Zij en ik. Een van de vriendinnen met wie ik het meeste verleden deel. De toekomstige meter van mijn dochter.
Zij en ik. Het voelt zo gemakkelijk. We doen elk ons ding, samen of in elkaars buurt. Geen schuldgevoel. Geen pleasegedrag. Geen maskers. Ik doe een dutje in bed, zij leest een boekje op ons terras. Zij zoekt schelpen in de branding, ik lees een boekje op het strand. Ik bestel de bustickets in het Spaans, zij gidst ons naar een leuke tapasbar.
Zij en ik. Het kabbelt. Het stroomt. Het voelt als een warm, veilig bad. Eén waar ik naakt in mag liggen, zonder verdoezelende schuimlaag. Elk stukje mag er zijn. Van haar en van mij. Geen schaamte. Geen pleasegedrag. Geen maskers.
Zij en ik. We snurkten naast elkaar in bed. Deelden een toilet. Aten samen buffet. Babbelden uren aan een stuk. Vonden ook in stilte ons geluk. Keken naar films uit eigen land. Struinden blootsvoets langs het strand. Observeerden mensen van op ons terras. Klonken op onze vriendschap met meer dan één glas. Kochten cadeaus voor onze kinderen. Probeerden voor onszelf te consuminderen. Deden wandelingen op de dijk. Bekritiseerden ons overstroomde hotelzwembad vol slijk. En maakten al plannen voor een volgende trip. Zij en ik.