
Ben ik de enige die rillingen krijgt van gazons met een coupe militaire? Ik voel dat kortgewiekte gras in heel mijn lijf. Afgelijnd, tot op de millimeter. Vlak, zonder plaats voor persoonlijkheid. Een leeg canvas, dat vraagt om vrije invulling.
Geef mij maar wat weerbarstig onkruid, dat kleur en zaadjes plant. Een wroetende mol, die aarde en leven opgraaft. Een zachte heuvel of boom, die meer perspectief biedt. En lang gras, desnoods in eilandjes, dat mee beweegt met de wind.
En toch. Toch is er iets waar mijn haar nog meer van gaat rechtstaan: onkruidverdelgers. Als ik zo’n ghostbuster zie rondspuiten, met een giftig vat op zijn rug, moet ik mezelf tot orde manen, om niet te roepen: ‘Spuit maar alles dood, ja. Denk je nu echt dat een proper gifgazon beter is dan een sprietje onkruid?’ Ik niet, dat is wellicht duidelijk.
Onze kinderen spelen in dat gras, stoppen bosjes in hun handen of in hun mond. Onze insecten leven in dat gras, een arsenaal aan vormen, kleuren en formaten – kijk maar eens. Onze vogels eten uit dat gras, en voeren dat insectenarsenaal ook aan hun nest. Vaak een vergiftigd geschenk.
Misschien verklaart dat mijn afgunst voor gazons in coupe militaire. Meer dan perfectie, symboliseren ze voor mij de dood. Leeg van leven, vaak vol vergif.
Bij deze heb ik ook meteen een excuus voor onze verwilderde tuin. En jij ook. Graag gedaan!
Foto: @nelewattyphotography 🖤.