
> Ik vind koekjes heerlijk! Ook als ze gebroken zijn. Of dat dacht ik toch, voor ik kinderen had. Want intussen kreeg een ‘broken cookie’ wel een andere betekenis, en wordt het hier vaak als we-know-what’s-happening-codewoord tussen ons ouderkes gebruikt. En dat helpt, echt. Wil je graag deel zijn van het codewoordclubje? Lees dan het interview dat ik deed met de inspirerende Jürgen Peeters – zo fan van die man, zeker sinds het jaartraject afgestemd opvoeden dat ik bij hem volg. Ik citeer een stukje: ‘Als je gevoelens accepteert, zonder straffen en belonen, installeer je een manier van in relatie gaan met je kind op lange termijn. Ik vind het eerlijker om tijdens een verhit moment, bij wijze van spreken, zelf in de hoek te gaan staan omdat ik er even niet meer tegen kan. Kinderen leren meer van wat we doen dan van wat we zeggen. Wij moeten hen begeleiden in het leren van sociale vaardigheden en behoeften. Hoe zou jij je voelen als je overstuur thuis komt na je werk en je partner stuurt je alleen weg op time-out? Of hij stopt een koek in je mond en zegt dat je niet zo verdrietig moet zijn? En hoe anders zou het voelen als jouw emoties er gewoon even mogen zijn, en dat iemand ernaar luistert zonder oordeel?’. Ga naar Goedgezind.be voor het volledige artikel ‘Broken cookie-fenomeen: ‘De aanleiding maar niet de reden van een driftbui van je kind’. Je kinderen zullen je dankbaar zijn. En je merkt ook snel wie er nog meer in het afgestemde clubje zit als je dit codewoord dropt op een breek(baar )moment. En dat helpt ook, echt.

> Op vakantie lijkt alles soms makkelijker te gaan. Dan hangen ze wat samen aan de schommel, dan lopen ze hun tanden (en gatkaken) bloot lachend rond het huis, dan leest grote broer spontaan verhaaltjes voor kleine broer, dan gooien ze samen dennenappels in diepe plassen, speuren ze naar everzwijnsporen in het bos en bouwen ze samen zandkastelen. Of zo lijkt het toch in mijn herinnering – intussen al bijna een half jaar geleden, net over de grens in Frankrijk. De realiteit beantwoordt misschien niet helemaal aan de romantiek die ik hier schets, maar het kwam toch in de buurt. Of waren ze rustiger door onze vakantiemindset? We hadden in elk geval een leuk en goedkoop huisje naast een paardenweide, op wandelafstand van een groot bos. Dus trokken we snel naar buiten als er wat lucht(igheid) nodig was. Ideaal! En we riepen ook een heerlijke regel in ons luie vakantieleven: om de dag mocht Sven of ik me-time nemen tijdens Sus zijn dutje, terwijl de andere q-time had met Mon. Heerlijk vond iedereen dat. Iets dat we thuis intussen weer zijn vergeten, in de drukte van alledag.

> I need more space, zegt zijn pyjama. Hij vroeg zijn hoofdtelefoon omdat hij nú wilde slapen en zijn broer te veel lawaai maakte. Ik was alleen thuis, en lag tussen mijn kleine zonen in het grote bed. De jongste krijste luid en vrolijk, waarop de oudste hysterisch begon te roepen dat hij stilte wilde. Waarop de jongste nog luider en geamuseerder begon te roepen, en de oudste nog hysterischer. Daar lag ik, half aanwezig, te wachten of ik ging ontploffen of ging instorten. Als een Berlijnse muur die begon te barsten, als een (bijna) weense worst die elk moment kon knakken – pun intended. Het is voor momenten als deze dat ik besloot om te beginnen mediteren, met de hulp van Stijn Heymans zijn online meditatietraject. In de hoop dat ik er een gewoonte van kon van maken. Om mijn rust te bewaren. Om kalmte te vinden in het oog van twee stormen. Om zo zen te zijn dat het zelfs afstraalt op mijn zonen. Cause I need more space, om te landen in en bij mezelf. One small step … elke dag een paar minuutjes. En zien naar welke hoogtes het mij brengt.

> Zoon twee is ook al twee. En dan wordt moeder een beetje wee – week dus, maar ik wilde graag dat het rijmde. We vierden zijn tweede levensjaar met taart in de tuin op een heerlijke nazomerdag. Zo’n kers-op-de-taart-dag met een glanzend rond zonnetje op je rug. En een warm bad van mensen die jouw zoon een gelukkige verjaardag komen wensen. Hij genoot van de liedjes die voor hem werden gezongen, de kaarsjes die hij mocht uitblazen (mét extra speekselspatten), het aquarium vol visjes dat hij cadeau kreeg en de andere pakjes die hij mocht openscheuren. Het was zijn dag. En moeder perste – de avond voor zijn verjaardag – speciaal voor hem nog snel een rijmpje uit haar chaoshoofd. Twee jaar geleden was ik andere dingen aan het persen, haha!

> Fan van onze van. Onze camper dus, die we huurden – ja, we moesten hem spijtig genoeg teruggeven na een zonnig weekend in Limburg. In onze wildste dromen staat er een hoogsteigen exemplaar op onze oprit. Zo eentje waarmee je gewoon vertrekt als je zin hebt. Met weinig bagage en nog minder plannen. Gewoon gaan. Buiten zijn. Koffie zetten op een gasvuur. Koken met één pan. Een rugzak als kleerkast. De wereld als speeltuin. Misschien beantwoordt de realiteit hier ook niet aan de romantiek die ik hier schets. Maar dat wilden we dus zelf eens testen, met onze twee- en vierjarige. Zegt het snoetje op deze foto genoeg? We parkeerden aan een klein vliegveld omdat Sus moest dutten. Terwijl zijn oogleden neerdaalden, stegen die van Mon bijna even hoog als de vliegtuigjes die hij door de lucht zag scheuren – zo klonk het trouwens ook, wat deze moeder net iets minder ontspannen maakte dan wat deze foto laat uitstralen. Oké, we botsten geregeld met onze hoofden of schenen ergens tegen, we vloekten al eens op het ombouwen van die bedden, we waren niet helemaal voorzien op regen en modderschoenen (een tip: neem een dweil mee). Maar we zouden er zeker kunnen aan wennen. Aan die luxe van eenvoud.

> We hebben een hond. Op lang logement. Zijn baasje vertrok voor een paar maanden naar het buitenland en wij vangen hem op – of hij ons, in het geval van Sus die er letterlijk bovenop kruipt. Zo kunnen we eens testen of zo’n viervoeter iets voor ons gezin van vier zou zijn. Hij heet Kike. Een knuffelberegrote Podenco. En al geeft hij onze zwarte matten dagelijks een rosse bontjas, al palmt hij elk zacht stukje zetel in, al is hij de hardtrekkende kracht op wandelingen, al schooit hij het eten uit onze schoot (zonder succes) en al pikt en likt hij restjes van tafel en van kindermondjes als je niet oplet. Hij maakt al zo hard deel uit van ons gezin, krijgt duizend (soms te stevige) knuffels per dag en wordt meermaals binnen ‘uitgelaten’ met de leiband door zijn kinderbaasjes. Hij waakt over ons, komt ons elke morgen nageltikkend, kwispelend en subtiel kontschuddend begroeten. Hij heeft de schattigste scheve oren, de zachtrozigste neus en laat je puss in boots zo vergeten als hij recht in je ogen kijkt. Lieve Kike, je mag blijven zo lang je wil … maar stop alsjeblieft met in ons gezicht te likke, haha!
Ter info: ik neem hier in deze blog even vlotjes zes maanden samen, meer dan zes maanden na datum. Iets met een chaoshoofd, twee kleine kindjes en een (te) drukke maatschappij … Amen!