De Wolken. Omdat ik graag met mijn ‘head in the clouds’ hang. Omdat het Gedichtendag is. En Poëzieweek. Omdat dit stuk terecht een klassieker is… en – eerlijk – omdat ik spijtig genoeg niet zo veel gedichten ken. Doe mij dus een plezier en deel jullie favorieten! Ik voel dat er een toekomst als poëzieliefhebber is weggelegd voor mij.

De Wolken
Ik droeg nog kleine kleeren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zagEn ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder-
De wond’ren werden woord en dreven verder,
Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.Toen kwam de tijd dat ‘k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van ’t vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.-Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide-
Martinus Nijhoff
een van mijn favorietjes:
Vertrek van dochters
Ze moesten inderdaad gaan, ik had het gezien
aan hun gezichten die langzaam veranderden
van die van kinderen in die van vrienden,
van die van vroeger in die van nu.
En gevoeld en geroken als ze me kusten,
een huid en een haar die niet meer voor mij
waren bedoeld, niet zoals vroeger,
toen we de tijd nog hadden.
Er was in ons huis een wereld van verlangen,
geluk, pijn en verdriet gegroeid, in hun
kamers waarin ze verzamelden wat ze mee
zouden nemen, hun herinneringen.
Nu ze weg zijn kijk ik uit hun ramen en zie
precies datzelfde uitzicht, precies die
zelfde wereld van twintig jaar her,
toen ik hier kwam wonen.
— Rutger Kopland
LikeGeliked door 1 persoon
en nog eentje!
Onder de appelboom
Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar.
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom.
ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom
toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en ver weg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom
en later hoorde ik vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was
gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.
LikeGeliked door 1 persoon
Dit gedicht ontdekte ik vandaag ook net :) Inderdaad heel mooi! Bedankt om te delen.
LikeLike
… ook van Rutger Kopland uiteraard
LikeLike
…zag jij misschien dat ik naar jou,
dat ik je zag en dat ik zag hoe jij
naar mij zat te kijken zoals ik naar jou
en dat ik hoe dat heet zo steels,
zo en passant en ook zo zijdelings…
dat ik je net zo lang bekeek tot ik
naar je staarde en dat ik staren bleef.
Ik zag je toen en ik wist in te zien
dat in mijn leven zoveel is gezien
zonder dat ik het ooit eerder zag:
dat kijken zoveel liefs vermag.”
(Joost Zwagerman)
LikeGeliked door 1 persoon
Mooi! Een van de gedichten die ik in het middelbaar uitkoos om te bespreken. Leuk dat jij dit ook net koos :) Merci om te delen!
LikeLike