Setting: in de Mc Donalds, met een vriendin en haar te luide neefje van vier. “Tante, waarom draagt die jongen een rokje.” Over het kindje naast ons in de wachtrij, dat het hoofd onmiddellijk met een zwierige pirouette onze richting uitdraait. “Sssjt, omdat het een meisje is jongen.” Waarop haar neefje met zijn ogen en mond wijd open blijft staren. In trance. Gender. Verwarring. Pijnlijk voor tante, die ongemakkelijk in haar denkbeeldige baard staat te krabben. Nog pijnlijker voor shemale, die bij de bestelling van haar Chick Nuggets duidelijk ook in een (te) lange wachtrij stond.
Pijnlijk voor tante, die wat ongemakkelijk in haar denkbeeldige baard staat te krabben.
Nee, het is niet om te lachen. Dat weet ik. Uit ervaring. Ik beken: “Hello, my name is Rien. I used to be one of the guys.” Een meisje alleen, opgegroeid met drie broers in de brousse die we ook wel onze tuin noemden. Kampen bouwen in de bomen, evenwichtsoefeningen doen op een balk over de beek, heksensoep maken met levende wormen en andere impro-ingrediënten uit de tuin, als een rodeo op bokkie zijn rug rijden, the bull’s eye raken met zelfgemaakte blaaspijpen, volle waterflessen leegschieten met een loodjesgeweer, zo hoog mogelijk met de fiets over een DIY ramp jumpen, elkaar uitdagen om na een griezelfilm tot het donkere achterste van onze grote tuin te lopen (en zo onopvallend mogelijk in panische angst terug te spurten). Boys meet world. Zonder Topanga dan.
Ik was perfect gelukkig. In mijn mannenkamp. Met mijn tentenkleren. Uit de kast, van mijn grotere broer. Losse t-shirts, lompe bottines, stoere broeken met full option ritsen, XL kaptruien van Fruit of the Loom en een gesnoeide coupe casserolle op mijn kruin. Ik was een laatbloeier. Probeerde de schietende schijfjes onder mijn tepelhof lang te verbergen. Maar bullebakbroers walsen ongegeneerd over de gevoeligste details: “Eeeei” – met een gezicht alsof ze een zeldzaam fossiel hadden gespot onder mijn aardborst – “Gij hebt schijfjes onder uw tepels. Hahahaaa!” De harde realiteit. In 2D. Of eerder 2AA… Had ik toen maar beter geweten. Had ik ze toen maar vertrouwen en lieve woordjes ingeboezemd. In de veronderstelling dat een balkon – net als een kamerplant – beter groeit als je ertegen babbelt. Gedane zaken nemen geen keer, dus ik ga er niet te veel over melken.
Had ik ze toen maar vertrouwen en lieve woordjes ingeboezemd. In de veronderstelling dat een balkon – net als een kamerplant – beter groeit als je ertegen babbelt.
Maandstonden, nog zoiets. Ook die probeerde ik te verbergen, wat mijn moeder teleurstelde. Na de rode, zwaaide ik dan maar snel de witte vlag. Mama lief wilde graag een cadeautje kopen nu ik ‘een echte vrouw’ was… Maandverband waarschijnlijk. Al hielp dat toch niet als je ermee moest slapen. Dan liep het russische leger gewoon naar beneden langs het 1x per maand geopende Butt Crack Track. Soit, we wijken af. Een echte vrouw dus. Voor mij goed! Indien dat betekende dat ik geen klein trauma meer moest verwerken als de beenhouwer vroeg “Wil jij ook een balleke manneke?” (in mijn verdediging: ik had een Fruit of the Loom-kap op). Of een groot trauma als de buitenwipper tijdens een fuif een vragende fooihand uitstak naar mij. Huh? Ja, alleen jongens moeten betalen… en voor zo ver ik weet dragen jongens geen – ik herhaal: géén – spaghettibandjes (in mijn verdediging: het was donker).
And so it went. Tot de eerste keer dat ze opengingen. Mijn ogen hé. Figuurlijk. Bedankt toenmalige beste vriendin! Om te zeggen dat het niet normaal was om naar een fuif te gaan in een tent (als outfit dan). Dat het raar was dat ik nog nooit een jongen had gekust (nee, ook geen meisje). En onbegrijpelijk dat ik geen shmink had in mijn kast #saywhat?! of op mijn gezicht #SOSyanivanzomanzovrouw. Bedankt eyeliner, om een subtiel lijntje te trekken onder deze periode. Merci mascara, om mijn ogen te openen. Letterlijk. Voor een vrouwelijkere blik op de wereld. Een meer en minder zwarte kijk. Op mezelf!
Vroeger viel mijn eileider van zijn stokje als ik iemand hoorde vragen of denken “Is dat nu een jongen of een meisje?”
Vroeger viel mijn eileider van zijn stokje als ik iemand hoorde vragen of denken “Is dat nu een jongen of een meisje?” Nu voel ik enige trots opwellen in mijn borstkas – spijtig genoeg met een kleine B – bij de opmerking dat ik een beetje “one of the guys” ben. Voor mij een Desperados graag (sorry, bier lust ik niet). Schol!

Modelling & Design by Rien, thanks to the Aviary app.
No, the mustache and the pipe aren’t real.

Op en top vrouw nu zou ik zeggen! En wat voor een! positief hé!
LikeGeliked door 1 persoon
Bloos bloos! Merci Marleen :)
LikeLike
Supergrappig om te lezen en heel herkenbaar.
Maar inderdaad…nu een ‘topvrouw’, waar ik als moeder vaak complimentjes over te horen krijg. Leuk! En nog leuker als er ook wordt bijverteld ‘neen…ze kan niet loochenen dat ze jouw dochter is’.
Fiere mama!
LikeGeliked door 1 persoon
Pingback: 6 plaatjes, 6 praatjes #januari | Rien de Rien
geen jongen,geen meisje;mijn spierken
geen A of geen B maar een vrouw met gans t alfabet
LikeGeliked door 1 persoon
Pingback: Plaatjes en praatjes #november #december | Rien de Rien
Pingback: Plaatjes en praatjes: maart 2020 | Rien de Rien