Pendel jij met het openbaar vervoer? Dan heb je ze zeker al gespot: terreinreizigers. Te herkennen aan deze territoriumafbakenende sporen: een doorgezakte houding met zo ver mogelijk uitgestrekte benen, een obesi-tas (die heeft meestal twee plaatsen nodig) op de bank en een plooifiets (die niet plooit voor andere reizigers) voor de bank.

Let op als je het terrein van deze soort benadert! Ze kunnen territoriaal zijn. Tip 1: drum ze nooit in een hoekje. Tip 2: loop langzaam naar de volgende bank als je ziet dat ze zich bedreigd voelen. Tip 3: wees waakzaam voor tekenen die wijzen op onvoorspelbaar gedrag zoals angstvallig oogcontact vermijden of opvallend met de ogen draaien, hoorbaar zuchten, doen alsof ze slapen (in extreme gevallen zelfs alsof ze dood zijn) en spierverlamming vertonen bij het verschuiven van hun spullen op de bank. Sorry: hun bank.
Wie een beetje oplet (je hoeft niet heel hard je best te doen), herkent deze afgetreinde tweedeklastroepen nog voor ze ten strijde trekken. Lievelingsspot: halt houden vlak voor de deur. Topprestatie: sneller instappen dan de gewone mens kan uitstappen om de beste plaats te bemachtigen (met de rijrichting mee, uiteraard). Uithoudingsvermogen: staan als eerste én als laatste klaar met hun vinger op de deurknop (niet-professionele pendelaars zouden na drie stations al kramp krijgen) zonder een centimeter toe te geven. Eerste klasse!
Aaah, de NMBS. Toch altijd een beetje reizen. Al moeten we ons daarom niet gedragen als ontspoorde nomaden. So please keep yourself on the rails… en wees een dame of heer in het treinverkeer.
