
Van 9 maanden in de buik naar 9 maanden uit de buik. Al 18 maanden gekoesterd, gedragen, gewiegd en geliefd.
Ik kijk dan nu al -nog voor ze een jaar is- even nostalgisch terug naar de eerste dagen dat ze er was hè.
Zo ging de geboorte:
ZATERDAG
Terwijl Sven en ik bij de gynaecoloog zitten voor een extra controle op 38 weken, vangt mijn moeder onze twee zonen op. Hoe gaan we dat ooit doen met drie kinderen, vragen we ons nu al af. Maar eerst dat derde kind gezond op de wereld zetten. Mijn placenta vertoont verkalkingen. In Jip en Janneke-taal: de gynaecoloog twijfelt of mijn moederkoek nog voldoende voedingsstoffen heeft om de baby energiek door een natuurlijke bevalling te loodsen.
Het verdict die middag: als de bevalling niet spontaan begint, moet ik maandagmorgen worden ingeleid. Een raar idee, vind ik, bevallen op afspraak. Van de jongens beviel ik twee keer spontaan, zonder epidurale, onder water – de eerste keer in het ziekenhuis, de tweede keer thuis. Nu gaan we weer voor een ziekenhuisbevalling, liefst opnieuw spontaan. De gynaecoloog besluit eens goed te strippen – geloof me, dat klinkt leuker dan het is. Vertaald voor Jip en Janneke: ze gaat met haar vingers in mijn vagina en maakt er de vliezen los aan mijn baarmoeder, waardoor er hormonen vrijkomen die de bevalling op gang kunnen brengen.
En ja! Een dik uur later, rond 14u, breekt mijn water, in de zetel bij mijn moeder thuis, waar we onze twee zonen net ophalen. We nemen dat jong geweld nog even mee naar huis en besluiten dat ze voor de zekerheid toch best bij oma slapen. Zodra ik hen daar drop voor de avondshift, rond 17u30, begint het langzaam te golven in mijn buik. De weeën voelen draaglijk, maar komen al snel om de tien minuten. We bellen de vroedvrouw rond 19u30. Ze komt langs bij ons thuis en even later vertrekken we rustig richting verloskwartier.
Om 20u45 rijden we de ziekenhuisparking op. Ik met een roze bloemetje dat Mon in mijn handen plantte ‘voor extra kracht’. Tussen twee weeën in, stuur ik nog een audiobericht naar mijn moeder om de jongens een goede nacht te wensen – ook stiekem om hen te laten denken dat er nog niets aan de gang is. De pijn valt mee. In mijn hoofd buig ik krampen om naar kracht, mijn lichaam volgt. Elke wee brengt mij dichter bij mijn dochter, vertel ik mezelf – dat zinnetje zit nog vers in mijn hoofd dankzij de zwangerschapsyoga deze ochtend. Ik stel mij vlotjes steeds meer open. Rond 23u gaat de intensiteit de hoogte in, terwijl de baby steeds lager zakt. Om 23u45 stap ik in bad, waar het warme water wat verzachting brengt. Pers, pers, damn you ring of fire, pers! Weeën maken plaats voor wenen: om 23u57 laat onze dochter luid van zich horen. De realiteit komt binnen: ons gezin telt nu drie kinderen – en slechts twee volwassenen: we zijn voor altijd in de minderheid.
ZONDAG
Het is al snel zondag: na exact drie minuten. Vol hormonen van de geriatrische bevalling – dit staat letterlijk zo op mijn ziekenhuispapieren – en vol nieuwsgierigheid naar mijn dochter, slaap ik die nacht niet veel. Ik blijf haar bewonderen: dat mondje, die handjes, die geluidjes. We skinnen nacht en dag, met onze blote borst op elkaar. Aan haar voetje hangt een ziekenhuisbandje met “meisje D’Hondt”. Er was nog lichte twijfel over haar naam, waardoor ze een volle nacht gewoon ons “meisje” was.
‘s Morgens dopen we haar Dot. Optie twee wordt haar tweede naam: Mies. We berichten het versgeboren nieuwtje door aan ouders, broers en zussen. ‘s Middags komen onze jongens op bezoek. Hun ogen stralen als een zonnige zomerdag wanneer ze hun zus eindelijk zien. Zo trots. Zo blij. Zoveel liefde voor ons meisje. En al onmiddellijk twee oneliners om in te kaderen: “Ze ziet er minder lelijk uit dan ik had gedacht” en “Je hebt nu nog steeds een blubberbuik.”
MAANDAG
Tijd om naar huis te rijden. Moeder en dochter hokken samen op de achterbank, terwijl taxi-vake ons veilig thuis brengt. Veilig voelt trouwens plots anders. De autoweg lijkt nog drukker en sneller dan normaal. Ik zit op traag babyritme en op alerte moederfocus tegelijkertijd. De grote buitenwereld gaat te snel voor mij. “Kan je extra voorzichtig rijden alsjeblieft? En zit ze nu niet heel erg doorgezakt in die autostoel?” Samen met de baby, zijn ook weer nieuwe vragen en twijfels geboren.
Ja, eindelijk thuis! De jongens zitten nog op school. We wanen ons even acht jaar terug, toen we voor het eerst met een maxi-cosi door onze voordeur stapten. Het is opnieuw ontdekken, zoeken, voelen, woelen, wallen, weer opstaan en vallen. Gelukkig is er liefde genoeg, energie en geduld soms iets minder – of zei ik dat eerder al? #mombrain.
“Mag ik haar pakken?” is de vraag die hier het vaakst wordt herhaald. Van zodra de broertjes opstaan – en dat is vroeg – tot het moment dat ze gaan slapen, willen ze hun zusje vasthouden. En knuffelen. En kussen. En zelfs aflikken. Kijken hoe ik haar luier ververs, is ook een hit – zeker als ze live pipi of kaka doet. Liefde genoeg, inschattingsvermogen en respect voor persoonlijke ruimte soms iets minder #gezinvanvijf.
DINSDAG
De broers: “Mag ik haar pakken?” “Ik wil haar ook pakken!”
De moeder: “Zie hoe schattig.” En ook: “Geen vingers in haar mond. Niet aan haar hoofd likken. Niet hoesten in haar gezicht.”
WOENSDAG, DONDERDAG, VRIJDAG…
De broers: “Mag ik haar pakken?”
De moeder: “Geen neus in haar mond. Niet …”
All day, every day, on repeat. Mijn hart skipt hier af en toe een beat. En tegelijk voelt het voller dan ooit. Moederliefde is niet deelbaar. Het is een bron die nooit leeg raakt.