
7 nachten. Zo lang sliepen we in ‘ons huisje’. Klein maar fijn. Een vaste plek om naar terug te keren na elke ontdekkingsrit. Een vast kookvuur, een vast bed, een eigen douche, een zetel en wat Franse tekenfilmpjes op tv voor de kindjes. Luxe, quoi!
We kronkelden samen langs de Lot, en drijfden mee op de flow van deze rivier. We stopten aan kleine ‘plages’ om dammen te bouwen, steentjes te ketsen, blaadjes uit het water te filteren en visjes te vangen. We bewonderden watervalletjes en valleien vanop bruggen en bergen.
We picknickten tussen hagedissen, libellen en sprinkhanen. We bezochten grotten en bedevaartsoorden. Sven slenterde door de typisch Franse straatjes van Cahors met de kindjes, terwijl ik ‘thuis’ zat te werken – ik werk hier twee dagen in de week om onze reis financieel haalbaar te houden.
We vielen in panne met de auto en lieten hem repareren. We deden de was (ik), kochten een nieuwe koffiekan (jeej!) en halloweenspookjes voor aan de autoruiten, herorganiseerden de camper (Sven), tekenden wishlists voor Sint-Maarten (Mon), verstopten teenslippers in de rivier (Sus) en namen afscheid van Saint-Pierre-Lafeuille.
Het was hier goed. Nu op naar nieuwe oorden. Opnieuw ‘backer to basics’: meer buiten, minder ‘luxe’. En dat is ook goed – als het maar niet te veel regent en niet te koud is en de kindjes maar wat deftig slapen :p.





